aanwervingsquota jongeren

Steeds minder bedrijven voldoen aan aanwervingsquota jongeren

Om jongeren (< 26 jaar) zo snel mogelijk en op een duurzame wijze in te schakelen op de arbeidsmarkt, legt de wet zowel aan de private sector als aan de overheid aanwervingsquota op. Elke werkgever met minstens 50 werknemers moet 3% jongeren in dienst hebben. Daarbovenop moeten alle werkgevers samen 1% extra jongeren aanwerven, het zogenaamde vierde procent. De onderwijssector is hiervan vrijgesteld. In de social profit en de regionale en lokale besturen gaat het over 1,5% van het personeelsbestand.

De Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven maken ieder jaar een evaluatie van de naleving van deze verplichting. Op 18 juli werd de meest recente evaluatie opgemaakt. De cijfers hebben betrekking op 2015.

Wat blijkt?

  • Er is een opmerkelijke daling van het aantal bedrijven dat voldoet aan de 3% verplichting. We spreken over 87% in 2008, naar nog maar 77,8% in 2015!
  • De zware en roekeloze besparingen die al jarenlang aan de federale overheidsdiensten worden opgelegd, hebben ertoe geleid dat hier slechts 52,1% aan de verplichting heeft voldaan.
  • Niettegenstaande jongeren van buitenlandse afkomst of jongeren met een beperking dubbel kunnen meegeteld worden, is de situatie voor hen echt dramatisch.

Van alle jongeren die in 2015 een gewone (minstens halftijdse) arbeidsovereenkomst hadden, een combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst met een opleiding volgden of een leer-, stage- of inschakelingsovereenkomst waren aangegaan, is slechts 0,26% (!) van buitenlandse afkomst en slechts 0,35% (!) heeft een beperking. Deze dramatische cijfers tonen nog maar eens onomwonden aan dat deze groep van kwetsbare jongeren met huizenhoge moeilijkheden geconfronteerd worden op de Belgische arbeidsmarkt.

En dan zwijgen we nog over het feit dat bedrijven steeds meer ‘kortingen’ ontvangen om meer jobs te creëren (taxshift, plus-1 plan, doelgroepkortingen) en niet in het minst om jongeren aan te werven. De cijfers tonen onomwonden aan dat werkgevers (waaronder ook de overheden) hun verantwoordelijkheid op dat vlak niet nakomen.

Zo wenst de regering opnieuw lagere jongerenlonen in te voeren met het argument dat deze maatregel de bedrijven ertoe zal aanzetten om meer jongeren aan te werven, terwijl de meeste sectoren zelf dergelijke maatregelen niet nodig vinden. Eenzelfde redenering gaat op voor de herinvoering van de proefperiode en een lagere opbouw van de opzegperiode.

Het ABVV waarschuwt de regering dat hiermee de aanwerving van jongeren in volwaardige jobs niet automatisch verhoogt, dat dit integendeel meer onzekerheid zal brengen voor alle werknemers en dringt aan op positieve structurele oplossingen en een responsabilisering van de werkgevers. De cijfers tonen onomwonden aan dat werkgevers (waaronder ook de overheden) hun verantwoordelijkheid op dat vlak niet nakomen.

Als ABVV eisen we dat de aanwervingsquota daadwerkelijk nageleefd én afgedwongen worden. Het gaat niet op om jongeren te sanctioneren voor “onvoldoende inspanningen” om werk te vinden als zij die hen moeten aanwerven niet geresponsabiliseerd worden. Jongeren moeten alle kansen krijgen want wie hen in de kou laat staan, hypothekeert een echte toekomst voor de huidige en de toekomstige generaties.