PB Aanpassingen pensioenen

Aanpassingen pensioenen

De sociale gesprekpartners hebben een aantal belangrijke aanpassingen in de wetgeving pensioen met eenparigheid van stemmen goedgekeurd. Na overleg met het bevoegd kabinet hebben zij vandaag de definitieve wetteksten en budgettaire berekeningen aan de regering bezorgd.

 

Het ABVV is -over het algemeen genomen- tevreden: de voorstellen versterken het verzekeringsprincipe (overlevingspensioen, meetellen laatste maanden, versoepeling eenheid van loopbaan) en vergroten de solidariteit (minimumpensioen, berekening complement grensarbeiders).

 

De voorstellen zijn in hun geheel budgettair neutraal en hebben betrekking op de nieuwe pensioenen die ingaan vanaf 2015.

 

1. Meetellen van de laatste maanden van de loopbaan

Vandaag wordt er geen rekening gehouden met de gestorte sociale bijdragen van het laatste jaar, indien het pensioen ingaat in de loop van een kalenderjaar. Iemand die op 1 december op pensioen gaat verliest zo 11 maanden, berekend aan het laatste loon (dat meestal het hoogste is). Deze discriminatie wordt nu weggewerkt wat betekent dat de pensioenen met enkele procenten zouden kunnen verhoogd worden.

 

2. Overlevingspensioen

Het overlevingspensioen zoals we het vandaag kennen, dwong de langstlevende partner vaak tot het opzeggen van de eigen beroepsbezigheid waardoor er zelf geen rechten tot eigen toekomstige pensioen konden worden opgebouwd.

 

Het overlevingspensioen wordt nu omgevormd tot een overgangsuitkering (2 jaar voor wie kinderen ten laste heeft - 1 jaar voor wie geen kinderen ten laste heeft) en wordt berekend zoals het huidige overlevingspensioen, rekening houdend met het loon van de overleden partner. Tijdens de periode van de overgangsuitkering kan de betrokkene onbeperkt de beroepsactiviteiten voortzetten (zonder inkomensplafond), zodat de huidige inactiviteitsval wordt weggewerkt. Weduwen en weduwnaars moeten dus geen eigen inkomen meer inleveren na het overlijden van hun partner.

 

Het overlevingspensioen voor gehuwden van 45 jaar en ouder blijft behouden omdat het voor deeltijds werkende of inactieven moeilijk is om op latere leeftijd nog over te schakelen naar een volwaardige beroepsactiviteit. De leeftijdsgrens van 45 jaar wordt in de toekomst wel geleidelijk verhoogd naar 50 jaar.

 

3. Eenheid van loopbaan en voorwaarden voor toekenning van het minimumpensioen

Wie meer dan 45 jaar werkt, verliest vandaag zijn pensioenrechten voor het aantal loopbaanjaren boven 45 jaar. Met dit voorstel zullen de minst voordelige perioden wegvallen voor wie meer dan 14.040 loopbaandagen heeft (= 45 jaren x 312 dagen).

 

Wie beantwoordt aan de voorwaarden voor het wettelijk minimumpensioen (loopbaan van 30 jaren van minstens 208 dagen), zal ook altijd recht hebben op het wettelijk minimumpensioen als werknemer, zelfs indien hij/zij intussen veranderde van sociaal statuut en slechts één of enkele dagen als werknemer presteerde. De sociale gesprekspartners vragen verder dat bij samenloop van prestaties als zelfstandige en werknemer niet langer de prestaties als zelfstandige geschrapt worden, maar wel de minst voordelige periode.

 

4. Een correctere berekening van het pensioencomplement voor grensarbeiders

De berekening van het complement voor grensarbeiders wordt aangepast aan de (Europese) realiteit. Voortaan krijgen grensarbeiders die in België wonen, hun aanvulling pas op het moment dat hun pensioenrecht geopend wordt in het land waar ze werkten. Voor de berekening van dit complement dat door het Belgische pensioenstelsel betaald wordt zullen voortaan alle bestanddelen van het pensioeninkomen van de betrokkenen in rekening gebracht worden (dus ook het aanvullend pensioen opgebouwd in het werkland). Dit voorstel gaat in op 1 juli 2014, alle reeds opgebouwde rechten blijven behouden.