5 voorstellen die de ongelijkheid doen dalen

5 voorstellen die de ongelijkheid doen dalen

Ongelijkheid |

De acht rijkste mensen ter wereld bezitten samen evenveel als de armste helft van de wereldbevolking. Hoog tijd voor rechtvaardige belastingen, zodat ook de vette vissen eerlijk bijdragen.

Het staat er met de wereldwijde ongelijkheid veel erger voor dan we dachten. De acht rijkste mannen bezitten evenveel als de armste helft van de wereldbevolking. Dit zijn 3,6 miljard (3.600.000.000) mensen. Dat becijferde Oxfam in hun jaarlijks ongelijkheidsrapport.

Het probleem met ongelijkheid is dat een steeds kleinere groep met een steeds groter deel van ‘de koek’ gaat lopen. Een fair belastingsysteem moet hier paal en perk aan stellen. Wij formuleren een aantal voorstellen:

1. Verhoog de strijd tegen fiscale fraude

Dicht fiscale achterpoortjes in de wetgeving. De belastingadministratie kan zich zo concentreren op grootschalige fiscale fraude. Hiervoor moet de regering natuurlijk wel investeren in de werking, het personeel. Een sterke FOD Financiën is onontbeerlijk in de strijd tegen fiscale fraude. Sinds 2010 werden 2.100 personeelsleden op de dienst niet meer vervangen, bijna allemaal medewerkers van de controlediensten.

Rechtvaardige fiscaliteit is geen utopie. Het kan eerlijker. De kloof tussen arm en rijk kan kleiner. We eisen dat de regering werk maakt van een meerwaardebelasting en de vennootschapsbelasting hervormt. Deze hervorming mag geen verlies aan overheidsinkomsten met zich meebrengen, integendeel. Ook bedrijven (en dan vooral de grote) moeten hun bijdrage leveren aan de overheidsinkomsten. Onze sociaaleconomische barometer toont aan dat bedrijven minder bijdragen aan belastingen dan dat ze ontvangen aan bijdrageverminderingen en fiscale tegemoetkomingen.

2. Maak werk van een vermogens(winst)belasting

Rijkdom creëert rijkdom. Vermogen groeit gemakkelijk aan, terwijl inkomens uit arbeid nauwelijks stijgen. Dat bewees Frans econoom Thomas Piketty in zijn nu al klassieker ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’. Hij schuift een vermogensbelasting naar voor om de ongelijkheid aan te pakken. Dit zou erin kunnen bestaan een jaarlijkse belasting van 1 tot 3 procent te heffen op het vermogen van de Belgische multimiljonairs.

Hiervoor is natuurlijk een vermogenskadaster nodig, om te weten wie precies wat bezit. Het hoeft niet te verbazen dat de politieke wil hiervoor bij de federale coalitiepartners volledig ontbreekt. De overheid wil heel wat over de bevolking weten en diezelfde bevolking – zeker de minder gegoede klasse – wordt voortdurend gecontroleerd. Een vermogensbelasting voor superrijken moet bijdragen tot investeringen in openbare diensten en infrastructuur en tot de financiering van onze sociale zekerheid.

Van deze federale regering zal het niet afhangen. Toen de discussie over de taxshift vorig jaar woedde, leek alsof CD&V de vermogenswinstbelasting als absolute voorwaarde naar voren schoof. Die belasting – ook meerwaardebelasting genoemd – houdt in dat aandeelhouders een stukje afstaan van de gemaakte winst bij verkoop van een aandeel. Maar zelfs een meerwaardebelasting kwam er niet, want het ‘sociale gelaat van deze regering’ ging plat op de buik.

3. Belast alle inkomens billijk

Globaliseer de inkomens. Dit valt kort samen te vatten onder als “nen euro is nen euro”.

Het is niet te rechtvaardigen dat bepaalde inkomsten (zoals die uit kapitaal) minder belast worden dan anderen (zoals die uit arbeid). Elke verdiende euro moet op een billijke manier belast worden tegen een progressief tarief. We hadden gehoopt dat de regering de discussie rond de taxshift zou aangrijpen om hiervan eindelijk werk te maken.

Ons optimisme was misplaatst. De sociale zekerheidsbijdrage voor werkgevers ging fors naar beneden, de werknemers blijven met de kruimels achter en krijgen langs links en rechts hogere facturen voorgeschoteld. De CD&V houdt het intussen bij een vaag pleidooi voor een duale inkomstenbelasting, waarbij ze het onderscheid blijft maken tussen inkomens uit arbeid (progressief belasten) en inkomsten uit kapitaal (vast tarief).

4. Dicht fiscale achterpoortjes

Het systeem van notionele interestaftrek bestaat ondertussen een jaar of tien. Het houdt in dat ondernemingen – dikwijls multinationals – hun eigen vermogen als lening bij de belastingen kunnen inbrengen. Dat betekent dat er ‘fictieve interesten’ aan gekoppeld zijn, die dan van de belastbare winst worden afgetrokken.

Dit is fiscale hocus-pocus van de bovenste plank en kostte ons land al ongeveer 40 miljard euro aan belastinginkomsten. Neem bijvoorbeeld staalreus ArcelorMittal. In 2009 betaalde ze een schamele 496 euro belastingen betaalde op een winst van meer dan één miljard. Dit is minder dan wat een doorsnee werknemer iedere maand afstaat aan de fiscus.

5. Voer een Tobintaks in

Een Tobintaks of Financiële Transactietaks is, zoals de naam zegt, een belasting op financiële transacties. Het idee is dat er voor elke beurstransactie een kleine taks wordt betaald, bijvoorbeeld van 0,1 procent. De kleine belegger voelt hier helemaal niets van, want het gaat hooguit om enkele euro’s. Institutionele beleggers, zoals hefboomfondsen, verrichten echter soms honderden transacties per minuut en versluizen enorme sommen geld van de ene plek naar de andere binnen een zéér korte termijn. Een Tobintaks zou deze speculatie indammen en bovendien een paar honderd miljard euro per jaar opleveren. Een meerderheid van onze landgenoten is voorstander van de FTT. De grootste partij van het land, de N-VA, is fervent tegenstander.

België ligt al langer dwars in dit dossier, waarover binnen een groep van tien eurolanden al bijna drie jaar onderhandeld wordt. Plotseling eiste Johan Van Overtveldt (N-VA) dat er nog twee landen aan tafel moeten bijschuiven (Nederland en Luxemburg). Volgens 11.11.11 legt dit een “bom onder het politieke traject dat tot vandaag is afgelegd.”

De vermogensbelasting zou, bijvoorbeeld, pas gelden voor vermogens vanaf één miljoen euro bovenop de waarde van de gezinswoning. De Tobintaks gaat over zulke minuscule bedragen dat enkel zeer grote beleggers hier iets van zouden voelen, en dan nog … Een vermogenswinstbelasting of meerwaardetaks zou pas ingaan vanaf een bepaalde drempel om de kleine belegger niet te raken, zoals dat nu al het geval is bij de roerende voorheffing op spaargeld.