Terug

"Mag er nog wat ambitie zijn?" - Miranda Ulens

"Mag er nog wat ambitie zijn?" - Miranda Ulens

In de aanloop naar haar favoriete seizoen wil Miranda Ulens, algemeen secretaris van het ABVV, graag wat meer positieve ambitie zien. “De Belgen verdienen dat.”

Ik trok gisterenochtend de gordijnen open en zag een sneeuwtapijt. Dat leek wel een eeuwigheid geleden. Doorgaans betekent dit: dikke truien, mutsen, slipgevaar, vertraagde treinen, fileleed. Maar ook sneeuwmannen, -ballen en -engelen, sneeuwpret en krakende voeten, de natuur die weer even toont waartoe ze in staat is.

Er bekroop mij een gevoel van opluchting, zo van: “oef, het kán nog sneeuwen.” Dat was immers een hele poos geleden. Zelfs in de Oostkantons was de winterpret dit jaar magertjes. En hoewel er een groot verschil is tussen weer en klimaat, deed dit me glimlachen. Het was een reflex, want: de sneeuw was een teken van hoop.

Negatief

Hoop op beter. Hoop op normaliteit. Die reflex lijkt me vandaag compleet zoek wanneer ik het politieke landschap aanschouw. Doorheen de opdrachten van informateurs, preformateurs – en, laat me eerlijk zijn, ook wel wat amateurs – horen we vooral oekazes, ultimatums, hij wil niet met haar en zij wil eventueel wel misschien met hem “op voorwaarde dat” … enzovoort.

Het afgelopen decennium was er eentje van crisissen. In de nasleep van de financieel-economische ineenstorting van 2008 betaalden de verantwoordelijken van de crisis hiervoor amper een prijs. De factuur van het casinokapitalisme werd, niet alleen in ons land, doorgeschoven naar de doorsnee burger. Aangehaalde broeksriemen en minder openbare dienstverlening waren haar deel. De burger kreeg een indexsprong opgelegd, want dat was nodig voor de heilige ‘concurrentiepositie’ van bedrijven.

Het laatste jaarverslag van de Nationale Bank bewees: het begrotingstekort swingt de pan uit. De pensioenleeftijd ging omhoog, want “hoe gaan we dat anders allemaal blijven betalen?” We zien daarbij dat loopbanen langer en harder worden, de koopkracht stagneert, in de sociale zekerheid wordt gesnoeid, en met een beetje pech komt daar nu ook nog een coronavirus doorheengefietst. Als je dan leest dat er maar liefst 172 miljard euro van België naar belastingparadijzen gaat, dan valt mijn mond open van complete verbazing.

Er is dus geld. We moeten ons niets laten wijsmaken. Er is geld voor onze pensioenen, voor onze sociale zekerheid. Er is geld om ervoor te zorgen dat klimaattransitie niet op de kap van de zwaksten terecht komt. Er is geld genoeg om ervoor te zorgen dat de minimauitkeringen en -lonen worden opgekrikt.

Seizoenen

De federale formatie zit nu wat in het slop. Dat komt het geloof in de politiek niet ten goede. Recent onderzoek van 5 Belgische universiteiten (UA, KU Leuven, VUB, UC Louvain en ULB) stelde vast dat de burger boos is. Boos op het politieke gekrakeel, beu dat er telkens meer van hen wordt gevraagd en bang voor gebeurtenissen wereldwijd, zoals migratie of handelsoorlogen.

In tijden waarin positieve toekomstvisies worden weggezet als dagdromen en ambitie als onbereikbare utopie, wil ik een lans breken voor een positieve reflex in de politiek. In plaats van te focussen op wat we níet kunnen, laat ons opnieuw dromen over hoe een betere toekomst eruit kan zien. Laat ons niet afdalen in fatalisme, maar weer plaats maken voor optimisme.

Volgens de Ierse schrijver Oscar Wilde was een “kaart waarop Utopia niet voorkomt” het bekijken niet waard en is “vooruitgang de verwezenlijking van verschillende Utopias.” Vooruitgang gaan we enkel bereiken als we weer ambitie durven tonen. In plaats van te blijven hangen in de miserie van gisteren, nodigen wij alle progressieve krachten uit om te dromen van de utopie van morgen. Is vooruitgang makkelijk? Nee. Is het haalbaar? Dan is het antwoord volmondig ja.

Tweeluik van de toekomst

Voor een rooskleurige toekomst moeten voor ons twee elementen centraal staan.

Enerzijds moeten we gaan voor zekerheid. Enkel met een kader van zekerheid kan het beste in de mens naar boven komen. Dat betekent dat hun inkomens moeten volstaan, niet enkel om te overleven, maar ook om af en toe iets leuks te doen. Hiervoor moeten vakbonden ruimte krijgen om over lonen te onderhandelen. Dat betekent dat de samenleving klaarstaat wanneer iemand een fikse tegenslag onderweg te verduren krijgt. Hiervoor dient een sterke, federale sociale zekerheid.

Anderzijds moeten we terug ambitie durven tonen en dromen van wat allemaal mogelijk is. Dat betekent dat de overheid bepaalde verantwoordelijkheden opneemt. Wij, als burgers, hebben recht op ultrakwalitatief openbaar vervoer. We verdienen een investeringsplan, voor publieke infrastructuur, fietspaden en parken, degelijke huisvesting, opleiding, cultuur en kunst, want zonder is het leven onhoudbaar en saai. We verdienen en smachten naar investeringen in een energieomwenteling en verwerpen het totaal gebrek aan klimaatambitie dat vandaag zegeviert. De planeet zal ons dankbaar zijn.

Nogmaals, zal dit eenvoudig zijn? Absoluut niet. Maar als een bescheiden sneeuwtapijt mij in een optimistische stemming kan brengen, dan kan een positieve, hoopvolle toekomstvisie dat nóg meer, niet in het minst omdat zo’n toekomst volledig binnen onze mogelijkheden ligt. Zo optimistisch ben ik wel, want een toekomst waarin die ambitie, die visie van utopie ontbreekt, is voor mij en voor Oscar Wilde inderdaad het inbeelden niet waard. Een nieuwe lente, een nieuw geluid.