"Bijdragen naar draagkracht"

"Bijdragen naar draagkracht" - Raf De Weerdt

In onze zoektocht naar een bredere financieringsbasis voor de sociale zekerheid wordt het hoog tijd om de olifant in de kamer onder ogen te komen: inkomsten uit kapitaal en vermogen. Rechtvaardige fiscaliteit zal onze sociale zekerheid mee uit het slop halen.

Terug naar 1820

Laat me van wal steken met een streepje geschiedenis. Rond 1820 beginnen werknemers zich massaal te organiseren tegen de erbarmelijke levensomstandigheden. Er ontstaan ‘maatschappijen van onderlinge bijstand’, verschillende coöperaties en kredietunies. Via het solidariteitsprincipe werd er een minimum aan hulp geboden voor zij die het nodig hadden. Samen sterk avant la lettre. Daar, bijna 200 jaar geleden, schiet onze sociale zekerheid wortel.

Ondertussen verwerd ze tot een monument waar we terecht trots op mogen zijn. Dat stelde ik onlangs vast op het Wereldforum Sociale Zekerheid dat plaatsvond in onze hoofdstad. Waarom? Omdat onze voorgangers ons één van de beste sociale zekerheidssystemen van de wereld nalieten. In vele landen benijdt men ons. Dat moeten we koesteren. En dat gebeurt dus niet door het systeem dicht te knijpen of af te bouwen.

Ons stelsel is goed en moet dat blijven. Het is belangrijk dat het mee evolueert. Er dienen zich dan ook heel wat maatschappelijke uitdagingen aan, gaande van technologische vooruitgang tot demografische ontwikkelingen. Er komt dus wat op ons af. Onze sociale zekerheid heeft nood aan wat extra krachtvoer, voer dat te vinden is in kapitaal.

De nasleep van 2008

De crisis van 2008 woog zwaar door op de financiering van onze sociale zekerheid. Sterker nog, er wordt al decennia een beleid gevoerd waarbij de vermindering van sociale bijdragen dienen als stimulans voor werkgelegenheid. Onder het mom van lastenverlagingen en jobcreatie zagen de werkgevers van het dikke hout al jaren dikke planken. Sociale bijdragen zijn ‘lasten’ geworden en onder het neoliberale besparingsmantra wordt daarin het mes gezet.

Hoog tijd om het geweer van schouder te veranderen. We zijn toe aan een bredere financiering van onze sociale zekerheid. De breedste schouders moeten volgens ons de zwaarste lasten dragen. Dat kan door de bestaande Bijzondere Bijdrage aan de Sociale Zekerheid om te vormen naar een bijdrage die alle inkomenscategorieën vat. Dat betekent dus ook op inkomens van zelfstandigen, vennootschappen, op roerende en onroerende inkomens, alsook op de meerwaarde op deze inkomsten. Voor ons is het ook belangrijk dat de lage en middeninkomens worden ontzien. Concreet? Door de inkomensgrens vanaf dewelke een bijdrage verschuldigd is, op te trekken van 1.950 euro tot 3.012 euro bruto per maand en met vrijstelling van een eerste woning.

Want het moet echt wel anders, willen we de komende jaren niet in de problemen raken. In 2017 beknotte de regering-Michel I de financiering van onze sociale zekerheid door het bedrag dat de overheid bijpast om het SZ-tekort weg te werken (de fameuze evenwichtsdotatie) na 2020 te laten uitdoven. De financiering onzeker maken heet zoiets. Zo krijgen we een sociale zekerheid onder curatele. Dat kan niet. Het is belangrijk dat ze gevrijwaard wordt, dat de financiering niet louter afhankelijk is van de grillen van (ave)rechtse regeringsmaatregelen en dat ze dus op de lange termijn een solidariteitsmechanisme blijft dat de inwoners van ons land ten alle tijden beschermd.

Want dit gaat, natuurlijk, over mensen in specifieke situaties: het gaat over 1,8 miljoen gepensioneerden, 170.000 slachtoffers van een arbeidsongeval waarvan 56.000 beroepsziekte. Het gaat om 440.000 werkzoekenden, 75.000 SWT’ers en 470.000 werknemers in arbeidsongeschiktheid.

Het is belangrijk voor hen dat het verzekeringskarakter gegarandeerd blijft en dat er voldoende inkomsten zijn. Beginnend bij dat laatste. Dat kan door de sociale bijdragen beter te beschutten. Zo dragen volwaardige jobs met  volwaardige statuten volwaardig bij. Eventuele kortingen voor werkgevers moeten voor ons dan ook gepaard gaan met verplichtingen op vlak van werkgelegenheid.

Daarnaast moet het ‘zekere’ in onze sociale zekerheid ‘verzekerd’ blijven. Mensen horen garanties te krijgen op vlak van pensioen, uitkeringen of vervangingsinkomens. Dat dient om tegenslagen te dekken, tegemoet te komen aan bepaalde demografische evoluties en het universele karakter van onze sociale bescherming hoog te houden. Zoals men er in 1820 over dacht.

Geen faire fiscaliteit in 2019

In onze zoektocht naar een bredere financieringsbasis wordt het eens hoog tijd om de olifant in de kamer onder ogen te komen: inkomsten uit kapitaal en vermogen. Er heerst hier een soort angstvallige, heilige waas rond. Alsof ons land zou afglijden naar een Sodom en Gomorra aan de Noordzee mochten we dit meer aanspreken en belasten. Een veelgehoord bezwaar is dat vermogens al veel belast worden in België. Maar klopt dat wel? Een recente analyse van de Hoge Raad voor Financiën laat een ander geluid horen.  De reële belasting op vermogen is eerder aan de lage kant. Zoiets opent opportuniteiten.

Er is dus een fors onevenwicht in hoe verschillende soorten inkomsten in ons land worden belast. De inspanning die ervoor geleverd wordt, blijkt vaak evenredig te zijn met de belasting erop. De fiscale druk op een inkomen uit arbeid ligt véél hoger dan op een inkomen uit kapitaal of eigendom. Het probleem is dat inkomsten uit kapitaal aan progressiviteit ontsnappen doordat ze aan een forfaitair tarief belast worden, zoals intresten en dividenden, of doordat ze amper belast worden, zoals huurinkomsten. Wij pleiten daarom voor een globalisering van de inkomsten in de personenbelasting. Eén euro is één euro.

Hoe werkt dat nu? Neem iemand met een maandelijks belastbaar inkomen van 3.000 euro. Hij/zij verwerft 1.000 euro extra inkomsten. Komt de inkomst uit arbeid, dan schiet er van 1.000 euro extra loonkost 310 euro over. Haal je ze uit een rente of via een dividend, dan schiet er 700 euro over. Is ze bijvoorbeeld afkomstig uit een huis dat je verhuurt, dan schiet er 872 euro voor je over. En, last but not least, haal je 1.000 euro inkomsten uit de verkoop van een aandeel, dan schiet er maar liefst … 1.000 euro over. Wat een immens verschil. Dit is dus onrechtvaardig.

Bovendien verliest ons land miljarden aan fiscale ontwijking en ontduiking. Uit een recent rapport van het Europees parlement blijkt dat bijna 8% van het bbp in ons land hieraan verloren gaat. Dat gaat dus om een bedrag van maar liefst 36,8 miljard euro. Ons land scoort slecht in vergelijking met vergelijkbare economieën, zoals Duitsland, Nederland en Scandinavische landen. Het is hoog tijd dat iedere euro op een gelijke manier belast wordt.

Voeg alle inkomsten van een persoon samen en pas daar een progressief tarief op toe. Het is duidelijk dat de afgelopen jaren verloren jaren waren op vlak van economische groei, sociale bescherming en rechtvaardige fiscaliteit. De olifant baarde wel een muis: een mislukte taks shift, waar we nu de rekening van gepresenteerd krijgen. Onze sociale zekerheid en de begroting lijden hieronder. Daarom is een dringende verschuiving naar echte vermogens- en kapitaalbelastingen noodzakelijk. Voer een meerwaardebelasting in op aandelen en een heffing op financiële transacties. Sterker nog, maak werk van een Europese minimumvennootschapsbelasting van 25%.

De opbrengsten daarvan moeten voor een groot stuk rechtstreeks naar de sociale zekerheid gaan. Twee structurele maatregelen kunnen een faire fiscaliteit boosten en onze sociale zekerheid spekken: de afschaffing van wat nog overblijft van het bankgeheim en dringend werk maken van een vermogenskadaster.

Ik begin met dat laatste, een vermogenskadaster. Weten wat iemand bezit, is cruciaal voor een eerlijk belastingsysteem. Ons land is een van de weinige Europese landen die zo’n vermogenskadaster niet heeft. Een performant systeem van vermogensfiscaliteit organiseer je best aan de hand van een goed uitgewerkt vermogenskadaster. Want liberalen en conservatieven schreeuwen moord en brand wanneer dit idee wordt geopperd. Het zou veel te ingewikkeld zijn of een inbreuk op de privacy van de ‘hardwerkende Vlaming’. Je reinste onzin dus.

Het omgekeerde is dan weer wel waar. Rechts is er als de kippen bij om een vermogenstoets te eisen. Maar wanneer we hebben over een vermogenskadaster, dan is ofwel het kot te klein ofwel blijven ze muisstil. Opvallend. Het bankgeheim dan. Het financieel vermogen in ons land valt eenvoudig in kaart te brengen door, zoals in Zweden, Nederland en Frankrijk, het bankgeheim op te heffen. Daar pleiten wij al jaren voor. De fiscus krijgt zo toegang tot bankgegevens die automatisch worden aangeleverd door de banken.

Ons land, is samen met Luxemburg en Oostenrijk, ligt al jaren dwars op Europees niveau. Toch is een kentering ingezet. De aanhoudende druk voor meer financiële transparantie begint stilaan door te wegen. En zo komen we bij de essentie van het verhaal. Eerlijke belastingen zijn in het belang van alle mensen in dit land. Werknemers, werkzoekenden, gepensioneerden en consumenten dragen hun eerlijk steentje bij om de maatschappij draaiende te houden. Dit gaat over rechtvaardigheid. Mensen hebben geen probleem bij te dragen, op voorwaarde dat de vermogende klasse een minstens even grote bijdrage levert, naar draagkracht. Want enkel zo kunnen we investeren in mens en maatschappij, enkel zo kunnen we de financiering van onze sociale zekerheid mee vrijwaren. Rechtvaardige fiscaliteit zal op deze manier onze sociale zekerheid mee uit het slop halen.

Op naar 2044

Vandaag, 75 jaar na het Sociaal Pact, is het hoog tijd om na te denken over hoe we het monument van de federale sociale zekerheid willen veiligstellen voor de komende generaties. Laat ons ervoor zorgen dat we binnen 25 jaar in 2044, wanneer we 100 jaar Sociaal Pact zullen vieren, met bewondering en dankbaarheid terugkijken naar deze periode.

De belangrijkste stap hierin wordt dus de financiering van het systeem, namelijk via de inkomstenzijde. Dat gebeurt, zoals gezegd via volwaardige jobs met volwaardige statuten die volwaardig bijdragen. Maar het betekent ook dat sociale bijdragen gevrijwaard en gegarandeerd moeten worden. Een belangrijke aspect is vervolgens ervoor te zorgen dat via een rechtvaardige fiscaliteit iedereen zijn steentje bijdraagt. Dit zorgt voor een brede financieringsbasis.

Met dergelijke maatregelen kunnen we een kwalitatieve en toegankelijke gezondheidszorg voor iedereen garanderen. Werk maken van degelijke pensioenen van minstens 1.500 euro per maand. Vermijden dat mensen met een uitkering in de armoede terechtkomen. Een leefbaar loopbaaneinde met landingsbanen voorzien. Een beter evenwicht vinden tussen werk en privéleven. Kortom, op die manier garanderen we dat de sociale zekerheid ook de komende generaties sociale bescherming biedt. 

Raf De Weerdt

Federaal secretaris ABVV

Deze analyse verscheen in Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 34 tot 37.