“Alle minima moeten omhoog tot 10% boven de armoedegrens.”

“Alle minima moeten omhoog tot 10% boven de armoedegrens.”

Sociale (minimum)uitkeringen, een gesprek

Een waardig inkomen, daar streven we allemaal naar. Voor sommigen ligt dat door bepaalde omstandigheden of tegenslagen soms wat moeilijker. Ziekte, invaliditeit, werkloosheid. Die dingen gebeuren. Onze sociale zekerheid is er om ons hiertegen te beschermen.

We hadden er een gesprek over met Astrid Thienpont, adviseur op onze federale studiedienst. “De sociale zekerheid is broodnodig in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Ze zorgt voor een degelijke sociale bescherming voor iedereen.”

Hoe groot is het risico op armoede als je werkloos bent?

Astrid THIENPONT: “Een job vormt een heel belangrijke buffer tegen armoede. Het armoederisico ligt bij werkzoekenden beduidend hoger dan bij gelijk welke andere groep van de bevolking. Dat tonen verschillende onderzoeken keer op keer aan. Als je kijkt naar het armoederisicopercentage, dat is immens. Volgens de laatste SILC-cijfers loopt maar liefst 49,1%, dat is dus bijna één werkzoekenden op twee, een sterk risico op armoede.”

Bestaat er een duidelijke link tussen armoede en werkloosheidsuitkeringen?

THIENPONT: “Moeilijk te zeggen toch. We hebben geen cijfers over de link tussen armoede en werkloosheidsuitkeringen. De cijfers hierboven hebben betrekking op werkzoekenden, ongeacht of ze al dan niet uitkeringsgerechtigd zijn. Er zijn wel armoedecijfers op basis van leeftijd. Hierbij valt op dat de meest kwetsbare groep vaak bestaat uit mensen die aan het begin van hun carrière staan. Tussen deze groep jongeren van 16 tot 24 jaar, zitten jongeren die nog niet gewerkt hebben, maar wel recht hebben op een inschakelingsuitkering. Dat zijn bijzonder lage werkloosheidsuitkeringen, wat het armoederisico enkel maar vergoot.”

Dat betekent concreet?

THIENPONT: “In sommige gevallen ligt het bedrag dus een stuk lager dan dat van het leefloon, maar als je aan de voorwaarden voldoet voor inschakelingsuitkeringen, kan je geen leefloon aanvragen. Je zit daar dus vast in een catch-22. De duur van de uitkering werd bovendien in 2012 beperkt tot 36 maanden, waardoor een groep werkzoekende jongeren aangewezen is op het OCMW of helemaal zonder inkomen komt te zitten. Het is eigenlijk onaanvaardbaar dat jongeren op deze manier met een achterstand moeten beginnen.”

Zijn inschakelingsuitkeringen niet vaak eerder de uitzondering, dan de regel?

THIENPONT: “Dat klopt. Maar toch, je zou maar eens één van die jongeren moeten zijn. Maar onze sociale zekerheid is nu eenmaal een verzekering voor wanneer het fout loopt en wordt opgebouwd door een combinatie van solidariteit en verzekering.

Op welk vlak?

THIENPONT: “Wel, omdat je tijdens periodes waarin je werkt, je bijdragen betaalt op basis van je loon. Dus uitkeringen worden berekend op basis daarvan. Anderzijds zijn de uitkeringen geplafonneerd en zijn er minima. De werkloosheidsverzekering is dus méér dan een buffer tegen armoede; ze moet je levensstandaard garanderen. De uitkeringen voor volledige werkloosheid liggen dan ook een stuk hoger dan de inschakelingsuitkeringen.

Wordt dat verzekeringskarakter de laatste jaren niet verder uitgehold?

THIENPONT: “Jammer genoeg wel. Denk maar aan de maatregel uit de arbeidsdeal om de eerste 6 maanden een hogere uitkering toe te kennen, maar daarna veel sneller een veel lagere uitkering uit te betalen. En dan hebben we het nog niet gehad over de plannen om die degressiviteit van de uitkeringen tout court te vergroten en de uitbreiding van de verplichtingen (en bijhorende sancties) waaraan werkzoekenden onderworpen worden.”

Bieden hogere werkloosheidsuitkeringen soelaas?

THIENPONT: “Op zich denk ik niet dat er een probleem is met hoe de werkloosheidsuitkeringen berekend worden. Er moet volgens ons wél een eind gemaakt worden aan 1) de loonstop (die loonsverhogingen en dus ook hogere uitkeringen tegenhoudt, nvdr) en 2) de wildgroei van precaire contracten die niet of onvoldoende bijdragen aan de sociale zekerheid. Ik heb het hier dan over stages, jongerenlonen, flexijobs, noem maar op. Ten derde vormt het nieuwe systeem van onbelast bijverdienen een grote bedreiging voor de financiering van de sociale zekerheid. Tja, dat zijn geen positieve evoluties.”

Zijn er nog zo’n zaken die eigenlijk niet door de beugel kunnen?

THIENPONT: “In de eerste plaats denk ik dan zeker aan de minimumuitkeringen die onder de armoededrempel liggen. Bijna 90% van de sociale uitkeringen ligt onder de armoedegrens. En dat anno 2018? In een land als België? Maar ook onze inspanningen om sociale uitkeringen welvaartsvast te maken is superbelangrijk.”

Hoe bedoel je?

THIENPONT: “Elke twee jaar geeft de aanpassing van de welvaartsenveloppe aanleiding tot beknibbelen op de sociale uitgaven. De regering ziet dit als een post die kan dienen om de gaten in de begroting op te vullen: ze verminderde de enveloppe met 40%. Wij willen dat de sociale uitkeringen welvaartsvast zijn zodat de koopkracht gegarandeerd is en blijft.”

Moet dit worden geïndividualiseerd?

THIENPONT: “Absoluut. Het is onaanvaardbaar dat mensen hun gezinssituatie moeten laten afhangen van de gevolgen voor hun uitkering. De kosten voor wonen nemen een grote hap uit het gezinsbudget. Huren wordt onbetaalbaar; 36,4% van de huurders loopt een risico op armoede. Steeds meer mensen – en zeker jongeren – met een beperkt inkomen zoeken hun toevlucht tot vormen van collectief wonen. Het kan toch niet dat zij worden afgestraft door de helft van hun uitkering te verliezen omdat ze dan als samenwonende worden beschouwd?”

Hoe valt dit aan te pakken?

THIENPONT: “Wel, het ABVV haalde hierin een belangrijke overwinning voor het Hof van Cassatie. Dit oordeelde in een zaak tegen de RVA dat enkel sprake kan zijn van samenwoning als er ook daadwerkelijk een gemeenschappelijke huishouding is. Het volstaat dus niet om op hetzelfde adres te wonen en eventueel een aantal ruimtes te delen om te spreken van samenwoning.”

Tot slot, wat zijn de voorstellen van het ABVV?

THIENPONT: “Het ABVV is vrij duidelijk: schaf de degressiviteit van uitkeringen en van de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkeringen gewoon af. In plaats van werkzoekenden uit te sluiten na 36 maanden, moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat een passende job of opleiding wordt aangeboden. Daarnaast wil het ABVV dat je via alle gewerkte periodes, dus ook stages en werk in precaire statuten, rechten kunt opbouwen in de werkloosheid. Maar, last but not least, zoals we ook in onze sociaal-economische barometer schreven, alle uitkeringen moeten tot 10% boven de armoedegrens. Enkel dan is er sprake van een menswaardig inkomen.”